Rembrandtverlichting

Om het effect te bereiken, welke de oude meesters gebruikten bij hun portretschilderijen in de 17e eeuw, wordt er gebruik gemaakt van een techniek van het belichten van een model, die Rembrandtverlichting wordt genoemd.

Om een mooi portret te maken van een model, plaats je je lamp niet recht van voren. Hierdoor wordt het portret vlak, zonder diepte en schaduwen. Juist door schaduwwerking wordt een portret interessant.

In de Gouden Eeuw maakte de schilder Rembrandt van Rijn, die de “Grootmeester van het Licht” werd genoemd, gebruik van een techniek waarbij de lichtinval zorgde voor een spel van licht en donker, waarbij hij scherpe contrasten gebruikte.

Hij liet het licht van zo’n 45 graden op zijn model vallen. Vaak ook erg gebundeld alsof er een spotverlichting gebruikt werd.

Rembrandt is waarschijnlijk geïnspireerd door het binnenvallende zonlicht van hoog geplaatste smalle vensteropeningen.

Rembrandtverlichting is een vrij dramatisch type verlichting. Het past normaal gesproken niet bij een vrolijk portret, maar eerder bij een stemmig of serieus portret.

Voor een Rembrandtverlichting plaats je de lichtbron zodanig ver omhoog en opzij, dat de schaduw van de neus doorloopt tot de mondhoek en dat hij de schaduw van de wang raakt. Er blijft dan nog een klein, kenmerkend, licht driehoekje over op de wang aan de donkere kant. De ogen mogen weer een lichtpuntje hebben.

 

Kees Ritter